Zodra de avonden korter worden, gaat de oven bij de meeste mensen weer vaker aan. Ovenschotels, stoofpotten, een plaat groenten met een kippendij ertussen: het kost weinig werk en het verwarmt meteen de keuken. Toch is de oven het apparaat waar de meeste mensen op de automatische piloot mee werken. Een paar kleine aanpassingen maken het verschil tussen “het is gaar” en “dit is precies goed”.
Begin met een schone oven
Aangekoekt vet van afgelopen winter gaat bij de eerste hete sessie roken en geeft een branderige smaak af aan wat erin staat. Bovendien houdt een laag vet op de bodem en tegen de wanden warmte vast op de verkeerde plekken, waardoor je oven ongelijkmatiger bakt.
- Haal roosters en bakplaten eruit en laat ze een uur weken in heet water met afwasmiddel.
- Maak een papje van baksoda en water, smeer dat op de aangekoekte plekken en laat het een nacht staan. Daarna veeg je het met een vochtige doek weg.
- Gebruik geen schuurspons op het glas van de deur; dat geeft krassen waar vuil zich juist in vastzet.
- Heeft je oven een pyrolysefunctie? Laat die draaien met een leeg, koud apparaat en zet de afzuigkap aan, want het ruikt stevig.
Je oven liegt waarschijnlijk over de temperatuur
Vrijwel elke huishoudoven wijkt af van wat je instelt, soms wel twintig graden. Dat verklaart waarom hetzelfde recept bij de een perfect uitpakt en bij de ander niet. Een losse oventhermometer op het middelste rooster laat binnen een kwartier zien waar jouw oven echt op uitkomt. Weet je dat je oven tien graden te laag draait, dan corrigeer je dat voortaan gewoon in je hoofd.
Verwarm ook echt voor. Het lampje dat aangeeft dat de oven op temperatuur is, springt bij veel modellen aan voordat de wanden en het rooster warm genoeg zijn. Nog vijf tot tien minuten extra wachten levert een duidelijk betere korst op bij brood, pizza en ovenfriet.
Hete lucht of boven- en onderwarmte?
Hete lucht verdeelt de warmte met een ventilator en is ideaal als je meerdere platen tegelijk gebruikt, of als je iets droog en krokant wilt: groenten, aardappelpartjes, koekjes. Reken ongeveer twintig graden lager dan het recept bij boven- en onderwarmte aangeeft.
Boven- en onderwarmte is rustiger en werkt beter voor alles wat mag rijzen of vochtig moet blijven: cake, quiche, een stoofschotel met deksel. De ventilator zou daar de bovenkant te snel uitdrogen.
Let op de hoogte van je rooster
De positie in de oven doet meer dan mensen denken. Onderin krijg je meer warmte van beneden, wat helpt bij een taartbodem of pizza die krokant moet worden. Bovenin kleurt de bovenkant sneller, handig bij gegratineerde gerechten. Het middelste rooster is de veilige standaard voor alles waar je niet over hebt nagedacht.
Zet een bakplaat ook niet strak tegen de achterwand. Lucht moet eromheen kunnen circuleren, anders verbrandt de achterkant terwijl de voorkant nog bleek is. Draai de plaat halverwege een halve slag als je oven een duidelijke warme hoek heeft, en dat heeft bijna elke oven.
Veilig in- en uitnemen
Een volle ovenschaal is zwaar, glad en heet, en dat is precies de combinatie waar het misgaat. Een theedoek lijkt genoeg tot het moment dat hij vochtig wordt: water geleidt warmte snel en je laat de schaal alsnog los. Gebruik daarom droge ovenwanten met grip die ver genoeg over je pols komen, want de bovenkant van je onderarm raakt het bovenste rooster eerder dan je verwacht. Zet de schaal neer op iets hittebestendigs voordat je hem loslaat, niet op een werkblad van kunststof.
Tot slot: meten in plaats van gokken
Bij ovenschotels kom je met een beetje gevoel een heel eind. Bij bakken niet: daar bepaalt de verhouding tussen bloem, vocht en vet of je iets luchtigs of iets taais uit de oven haalt. We schreven er eerder over in bakken op gewicht, en het blijft de makkelijkste manier om ovenrecepten betrouwbaar te laten slagen.




Geef een reactie